PLS: Actualisering van de risicobeoordeling van dioxinen en dioxineachtige pcb’s in levensmiddelen en diervoeders
Achtergrond
- Polychloordibenzo-p-dioxinen (PCDD’s) en polychloordibenzofuranen (PCDF’s) (in deze samenvatting gezamenlijk aangeduid als “dioxinen”) en dioxineachtige polychloorbifenylen (DL-PCB’s) blijven lang in het milieu aanwezig.
- Dioxinen zijn bijproducten van bepaalde industriële processen en kunnen tijdens de verbranding van afval worden gevormd, terwijl DL-PCB’s in het verleden deel uitmaakten van PCB-oliën die voor verschillende toepassingen werden gebruikt.
- De concentraties bij de mens zijn aanzienlijk gedaald dankzij wettelijke maatregelen die zijn genomen om de emissies te verminderen.
- Dioxinen en DL-PCB’s komen echter nog steeds in de voedselketen terecht en hopen zich op in vette voedingsmiddelen zoals vlees, vis, eieren en zuivelproducten en kunnen zich op termijn ophopen in het menselijk lichaam.
- Blootstelling aan dioxinen en DL-PCB’s vóór de geboorte en op jonge leeftijd kan leiden tot vruchtbaarheidsproblemen, zoals een lagere spermaconcentratie op latere leeftijd.
- Door de blootstelling van vrouwen in de vruchtbare leeftijd aan die stoffen te verminderen, wordt het risico op dergelijke gevolgen voor ongeboren kinderen en jonge kinderen verkleind.
- In 2018 publiceerde EFSA een beoordeling van de gezondheidsrisico’s van dioxinen en DL-PCB’s in levensmiddelen en diervoeders die de volgende hoofdconclusies had opgeleverd:
- blootstelling in een vroege levensfase kan schadelijk zijn voor de reproductieve gezondheid van mannen;
- de vaststelling van een toelaatbare wekelijkse inname (TWI) van minder dan 2 picogram toxische equivalenten (pg TEQ)/kg lichaamsgewicht per week, uitgedrukt op basis van de toxische equivalentiefactoren van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO-TEF’s) uit 2005, zou bescherming bieden voor consumenten.
- In 2022 heeft de WHO haar TEF-waarden bijgewerkt: voor sommige dioxinen en DL-PCB’s zijn deze waarden verlaagd, voor andere verhoogd.
Wat werd er van EFSA gevraagd?
- De Europese Commissie heeft EFSA verzocht om haar eerdere beoordeling uit 2018 aan te passen met gebruikmaking van de nieuwe WHO-TEF’s uit 2022.
Hoe heeft EFSA deze werkzaamheden uitgevoerd (en welke gegevens zijn daarbij gebruikt)?
- EFSA heeft het volgende beoordeeld:
- de blootstelling van mensen en voedselproducerende dieren aan dioxinen en DL-PCB’s via respectievelijk levensmiddelen en diervoeders, gemeten op basis van de nieuwe WHO-TEF’s van 2022;
- of de toepassing van de nieuwe WHO-TEF’s voor 2022 leidt tot een wijziging van de in 2018 vastgestelde TWI;
- hoe dioxinen en DL-PCB’s vanuit diervoeder in voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong terechtkomen.
- EFSA heeft nieuwe, uitgebreide gegevens bestudeerd en een systematische beoordeling gemaakt van nieuw gepubliceerde empirische data, waaronder:
- monitoringgegevens inzake levensmiddelen en diervoeders van de EU-lidstaten, Noorwegen en IJsland;
- de uitgebreide Europese levensmiddelenconsumptiedatabank van EFSA;
- gegevens over de dioxine- en DL-PCB-gehalten in moedermelk in Europa.
- Daartoe heeft EFSA:
- gebruikgemaakt van gegevens uit onderzoeken bij mensen en proefdieren;
- het blootstellingsniveau bepaald dat geassocieerd is met een daling van de spermaproductie;
- geraamd in welke mate dioxinen en DL-PCB’s zich in de loop van de tijd ophopen in lichaamsvetten;
- onderzocht of het nodig is standaardonzekerheidsfactoren toe te passen om rekening te houden met kennislacunes (met name wat betreft verschillen tussen mensen, in het bijzonder moeders en zuigelingen) en een betrouwbaarheidswaarde voor de conclusies te geven;
- opmerkingen in aanmerking genomen die zijn ontvangen in het kader van een openbare raadpleging.
Wat waren de uitkomsten en wat volgt daaruit?
Resultaten
- De geactualiseerde beoordeling bevestigde het verband tussen blootstelling aan dioxinen en effecten op de ontwikkeling en de voortplanting, zoals een lager aantal zaadcellen, dat zowel bij dieren als bij mensen is waargenomen.
- EFSA heeft een nieuwe, lagere TWI berekend van 0,6 pg TEQ/kg lichaamsgewicht per week, uitgedrukt op basis van de WHO-TEF’s van 2022, die zijn afgeleid uit een onderzoek bij ratten die tijdens hun ontwikkeling werden blootgesteld aan de meest giftige dioxine, TCDD.
- Op basis van de totale bewijskracht van studies bij dieren en mensen werd een onzekerheidsfactor (van 3,16) voor de variatie in kinetiek tussen mensen toegepast om de TWI af te leiden.
- EFSA heeft vastgesteld dat de geactualiseerde WHO-TEF’s van 2022 van invloed zijn op de mate waarin afzonderlijke dioxinen en DL-PCB bijdragen aan de totale blootstelling via de voeding.
- Bij gebruikmaking van de WHO-TEF’s van 2022 daalde de geschatte blootstelling aan dioxinen en DL-PCB’s via voeding met ongeveer 27–35 % ten opzichte van de cijfers die waren gebaseerd op de WHO-TEF’s uit 2005.
- Toch ligt de geschatte blootstelling via voeding voor alle leeftijdsgroepen in Europa nog steeds boven de nieuwe TWI voor alle leeftijdsgroepen.
- De dioxine- en DL-PCB-gehalten in moedermelk bevestigden dat de nieuwe TWI werd overschreden.
Implicaties
- Hoewel de geschatte blootstelling via voeding lager uitvalt wanneer wordt uitgegaan van de WHO-TEF’s van 2022, kwam EFSA tot de conclusie dat de blootstellingsniveaus bij Europese vrouwen in de vruchtbare leeftijd nog steeds schadelijk kunnen zijn voor de reproductieve gezondheid van hun toekomstige zonen.
Wat waren de beperkingen/onzekerheden?
- EFSA heeft een aantal onzekerheden gesignaleerd die verband houden met de onderzoeksmethoden en de nauwkeurigheid van de gegevens over gehalten en blootstellingen aan dioxinen en DL-PCB’s en de effecten daarvan.
- EFSA concludeerde:
- met ongeveer 95 % zekerheid dat de TWI gelijk aan of groter is dan 0,6 pg TEQ/kg lichaamsgewicht per week, uitgedrukt op basis van de WHO-TEF’s van 2022;
- met 99-100 % zekerheid dat de huidige gemiddelde blootstelling van volwassenen hoger is dan de TWI.
Wat zijn de belangrijkste aanbevelingen?
EFSA heeft verschillende aanbevelingen gedaan om de onzekerheden in de beoordeling van de risico’s van via voeding opgenomen dioxinen en DL-PCB’s voor de menselijke gezondheid te verminderen:
- doorontwikkeling van methoden om gegevens uit proeven bij mens en dier te vergelijken met het oogmerk om TEF’s af te leiden die relevanter zijn voor de mens;
- uitbreiding van de gegevensbasis om te bevestigen dat de blootstelling via plantaardige voeding laag is;
- verbeterde toxicokinetische modellen die rekening houden met verschillen in het gedrag van de verschillende dioxinen en DL-PCB’s in het lichaam;
- uitbreiding van de biomonitoring van moedermelk en bloed tot bredere Europese populaties;
- verbeterde analysemethoden ter vermindering van het aantal biologische monsters dat nodig is voor de analyse;
- verder onderzoek naar de bijdrage van de inname van grond door voedselproducerende dieren tot de gehalten van dioxinen en DL-PCB’s in voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong;
- beter inzicht in de invloed van dioxinen en DL-PCB’s op de spermaproductie.
Verklarende woordenlijst
Toxiciteits-equivalentiefactor (TEF): Een maatstaf om de toxiciteit van een dioxine of een DL-PCB te vergelijken met die van de meest toxische dioxine, TCDD.
Toxische equivalenten (TEQ): De gecombineerde toxiciteit van een mengsel van dioxinen en DL-PCB’s op basis van de TEF-waarden van de afzonderlijke verbindingen. Het TEQ-concept gaat ervan uit dat de betrokken dioxinen en DL-PCB’s vergelijkbare biochemische en schadelijke effecten veroorzaken. Een andere belangrijk uitgangspunt van het TEQ-concept is de persistentie en de accumulatie van de verbindingen in het lichaam.
Toelaatbare wekelijkse inname (TWI): De maximale wekelijkse inname van contaminanten in levensmiddelen die gedurende het leven kunnen worden ingenomen zonder een noemenswaardig risico voor de gezondheid te vormen. Voor dioxinen en DL-PCB’s wordt de TWI uitgedrukt in pg TEQ/kg lichaamsgewicht per week, op basis van de WHO-TEF’s.
Onzekerheidsfactoren: factoren die bij risicobeoordelingen worden gebruikt om rekening te houden met mogelijke verschillen tussen dieren en mensen, verschillen tussen individuen en lacunes in de wetenschappelijke gegevens.
Disclaimer
- Deze samenvatting in begrijpelijke taal is een vereenvoudigde versie van het document van EFSA getiteld “Update of the risk assessment of dioxins and dioxin-like PCBs in feed and food” (Actualisering van de risicobeoordeling van dioxinen en dioxineachtige pcb’s in levensmiddelen en diervoeders). Het volledige advies van EFSA is hier te vinden.
- Doel van deze samenvatting is om de transparantie te vergroten en belanghebbenden te informeren over de werkzaamheden van EFSA op dit gebied, door in eenvoudige taal een samenvatting van de belangrijkste bevindingen te geven.
- De samenvatting is gemaakt met behulp van kunstmatige intelligentie, met gebruikmaking van de gelicentieerde versie van Microsoft Copilot. Copilot werd gebruikt om de wetenschappelijke resultaten van EFSA samen te vatten aan de hand van een gestandaardiseerde prompt. De gegenereerde tekst is door wetenschappelijke medewerkers van EFSA gecontroleerd op juistheid en volledigheid en is verder bewerkt door de redactie van het EFSA Journal. EFSA draagt de redactionele verantwoordelijkheid voor de definitieve samenvatting.
Referentiedocument(en)
Update of the risk assessment of dioxins and dioxin-like PCBs in feed and food
DOI: https://doi.org/10.2903/j.efsa.2026.10103
ISSN: 1831-4732
© Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, 2026.
Reproductie met bronvermelding is toegestaan.